MINISTER VAN GELUK

Ik oefen het nog één keer voor ik bij de minister binnen stap: “Tashi Delek”. Iedereen zegt het hier honderd keer per dag en het betekent al het goeds dat je een mens kan wensen, samengevat in twee woorden. Ik ben uitgenodigd in Bhutan, het land in de Himalaya dat werk maakt van het Bruto Nationaal Geluk. Eerst dacht ik “de minister van geluk” te kunnen spreken maar al snel blijkt dat elke minister hier “een minister van geluk” is: in onderwijs, media, cultuur, werk, welzijn … De grondwet bepaalt dat er maar één belangrijke maatstaf is om een maatregel al dan niet in te voeren: worden we er gelukkiger van of worden we er niet gelukkiger van? Dat lijkt naïef maar er ligt een goed doordacht systeem aan ten grondslag.

Minister van Geluk

Ik oefen het nog één keer voor ik bij de minister binnen stap: “Tashi Delek”. Iedereen zegt het hier honderd keer per dag en het betekent al het goeds dat je een mens kan wensen, samengevat in twee woorden. Ik ben uitgenodigd in Bhutan, het land in de Himalaya dat werk maakt van het Bruto Nationaal Geluk. Eerst dacht ik “de minister van geluk” te kunnen spreken maar al snel blijkt dat elke minister hier “een minister van geluk” is: in onderwijs, media, cultuur, werk, welzijn … De grondwet bepaalt dat er maar één belangrijke maatstaf is om een maatregel al dan niet in te voeren: worden we er gelukkiger van of worden we er niet gelukkiger van? Dat lijkt naïef maar er ligt een goed doordacht systeem aan ten grondslag.

Wie al eens door het grote buurland India is gereisd, weet hoe vuil het er soms kan zijn. Plastic zakjes waaien er over veld en berg. In Bhutan vind je geen plastic zakjes. Daar wordt immers niemand gelukkiger van. Verkeerslichten hebben ze even gehad maar die werden snel weer afgeschaft. De mensen voelden zich plots als robots behandeld. Waarom zou je reageren op een rood of een groen licht? De wapperende politieagenten kwamen weer op de kruispunten staan en iedereen voelt zich beter bij dit menselijk contact. Alles draait om evenwicht en harmonie. In de school leer je niet alleen een “slimme mens” worden maar ook een “goede mens”. Iemand die iets doet voor een ander, bijvoorbeeld. Ze meten het aantal uren dat je werkt. Dat zou in evenwicht moeten zijn met het aantal uren dat je slaapt: aan elke kant van de weegschaal zo’n uur of acht.

Wie naar de dokter gaat wordt niet alleen fysisch bekeken, maar ook psychisch. Vaak hangt een lichamelijke kwaal immers samen met onze geest en ons gevoel. Ik zie jonge en oude mensen hout bewerken, zilver smeden en textiel weven. En ze hebben er zin in. “Elke mens zou minstens één vaardigheid met zijn handen moeten kunnen beheersen,” zeggen ze in Bhutan. “Door contact met het materiaal word je ook gelukkiger en fier op het werk van je handen.”

“We proberen de positieve emoties te laten bovendrijven”, zegt de Minister van Geluk Op Het Werk me. “Tevredenheid, rust en dankbaarheid bijvoorbeeld. Negatieve emoties als jaloezie, zelfzucht, angst en boosheid verstoren het leven alleen maar.” Ik heb het gevoel dat dit land aan omgekeerde ontwikkelingshulp doet. Ze exporteren geluk. “Tashi Delek”, zeg ik en ik buig diep. Straks sta ik thuis weer in de file en wordt het lang zoeken naar een minister van geluk.

Leo Bormans